was successfully added to your cart.

Jan Cremer

Jan Cremer

Miljoenen mensen kennen de literaire werken van Jan Cremer. Niet iedereen herinnert zich dat Cremer, reeds jaren voordat “Ik Jan Cremer” verscheen, regelmatig de voorpagina’s haalde van binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften, als het woeste beest, de met verf smijtende barbaar en de nozem in de kunst. In 1960 bereikte hij de wereldpers met zijn miljoenenschilderij “Japanse oorlog” en veroorzaakte morele verontwaardiging met zijn roemruchte uitspraak “Rembrand wie is dat”.

Na de publicatie van zijn eerste boek, belande de schilder Cremer in de schaduw van de schrijver Cremer. Zijn definitieve vertrek naar Amerika in 1964 zorgde ervoor dat zijn beeldende kunst op de achtergrond raakte. Jan Cremer leerde het schildersvak als 15 jarige op een reclameschildersbedrijf dat bioscoopborden vervaardigde.

In 1957 schilderde hij zijn eerste serie doeken die bekend zouden worden als de Peinture Barbarisme, een heel eigen versie van de informele schilderkunst. In 1958 hield Cremer zijn eerste eenmanstentoonstelling “de Verfnozem” en deed hiermee zijn definitieve intrede in de internationale kunstwereld. Zijn medewerking aan de Haagse salon in datzelfde jaar, verwekte een schandaal. Een jaar later exposeerde hij in het Haagse Gemeentemuseum.

Cremers oeuvre als graficus is in grote kring bekend en vooral geliefd bij de grote verzamelaars als banken en internationals. Zijn werk is over de hele wereld tentoongesteld in grote galeries en musea en is vertegenwoordigt in vrijwel alle belangrijke kunstcollecties.

In 1996 was er een grote overzichtstentoonstelling van het werk van Jan Cremer in het Cobra museum te Amstelveen. Ter ere hiervan zijn er 4 litho’s uitgegeven van zijn werk met de titel Tulpen I t/m IV. Galerie Thyade heeft voor de verkoop de hand weten te leggen op een beperkt aantal van deze werken.