was successfully added to your cart.

Corneille

Corneille

(Cornelis Guillaume Beverloo)

De uit Nederlandse ouders in Luik geboren Corneille (1922), krijgt reeds in de jaren 1947 en 1948 een typische stijl, zichtbaar in speels intieme schilderijtjes en gouaches, met een grafische lijnvoering, zachte kleuren en een eigen motivatiewereld. Deze stijl heeft hij in 1947 ontwikkeld in Budapest mede door ontmoetingen met o/a Jaques Doucet, die op zijn beurt weer een groot bewonderaar van Miro was.

In Budapest ontdekt Corneille het werk van Paul Klee en de geschriften van de Surrealisten, met name van Breton, Eluard en Aragon. Onder invloed van deze literatuur begint hij meer van zijn verbeelding uit te gaan. In 1948 vertoont zijn werk al grote stellage-achtige wezens met angstaanjagende koppen. Ook is de invloed van Miro duidelijk zichtbaar in uitbundig vrolijke vormen en kleuren.

In 1947 brengt hij samen met Karel Appel enige tijd door in Parijs. De schok van Budapest wordt nog versterkt wanneer hij kennis maakt met de Denen Asger Jorn en Carl-Henning. Vooral de vogels die in het werk van Denen voorkomen maken grote indruk op hem. In november 1948 is hij nauw betrokken bij de oprichting van de COBRA groep, een groep gelijkgestemden Deense, Belgische en Nederlandse kunstenaars (onder wie ook Karel Appel en Constant), die samen exposities organiseren en “tijdschriften” (Cobra en Reflex) uitgeven, maar ook samenwerken bij het maken van kunstwerken.

Een jaar later breekt het mythische motief door in zijn werk. De lijnen worden losser en lichter en een leger van fabelwezens dringt dansend de composities binnen. Vogels en vissen vliegen rond en figuren met reusachtige ballonhoofden bewegen zich door een imaginaire ruimte, opgeroepen in snelle lijnen en tere kleurvlekken. In 1953, na de COBRA-periode, schildert hij motieven van stad en aarde als vanuit vogelvlucht bekeken. Sinds de jaren vijftig reist hij de hele wereld rond op zoek naar inspiratie. De natuur, antieke culturen, primitieve volken, klassieke muziek en literatuur zijn hiervoor belangrijke bronnen.

Aan het einde van de jaren zestig herleeft het mythische element uit de beginperiode van COBRA met vrolijke fel gekleurde figuren. Kleurvlak en lijn worden weer afzonderlijk gehanteerd. De weelderige aarde blijft daarbij een steeds terugkerend motief, maar nu in de vorm van een vrouwenlichaam met daarnaast, of daarboven, de gedaante van een vogel die onweerstaanbaar tot die aarde wordt aangetrokken. “Mijn bewegingen op het doek worden altijd vogels”, zegt Corneille; de vogel is het volmaakte beeld van de beweging”. Het is niet alleen maar de beweging, maar het doel is ook de blijdschap om de beweging.

Nieuwsbriefinschrijving

shutterstock_321522203

Blijf op de hoogte van alle nieuwtjes en schrijf u in voor onze GRATIS nieuwsbrief.